Archief | november 2009

Alice maakt zichzelf soms erg bang.

Soms loopt er iets mis in mijn hoofd. Dan komt er een sadistische trekje in mij boven en dan moet ik mezelf pijnigen. Ik zie u kijken, beste lezer, maar het is zeker niet wat u nu denkt! Ik ga niet stiekem af en toe met messen in de zwier of gooi expres een kastdeur dicht op mijn vingers. Neen het zit dieper. Ik pijnig mezelf geestelijk. Ik doe dit door mezelf de stuipen op het lijf te jagen. En neen, dan heb ik het niet over in de spiegel kijken bij een bad hairday. Dat sadistische trekje van mij zit er al van kleins af in. Naast mijn badje hingen kartonnen replica’s van Ariel en Botje. (voor de leken onder jullie de kleine zeemeermin en haar visje.) Wel als ik ’s nachts mijn ogen in spleetjes trok en het donker genoeg was dan keek Ariel me bloeddorstig aan. Ik dook dan half verlamd van schrik onder mijn donsdekentje. Dan kom je in je tienerjaren en dan is het so not done om te zeggen dat je bang bent van spoken. Ik geeft toe, het klinkt ook ontzettend stom en kinderachtig. Dus kijk je met het vriendje (M. toen al, die van niets bang is. Behalve van woestijnen for some reason?) en met vriendinnetjes naar enge films. Zoals daar zijn “The ring.” U mag van mij aannemen dat ik daar nachten niet van geslapen heb. Ik doe het mezelf aan hoor. Want om de een of andere reden stort ik me op elk artikel, website en film die er over zulke zaken bestaat. Een klein jaar gelezen las ik een artikel over een meisje die geesten zag. In plaats van het artikel over te slaan las ik het. En stom van me, nog eens en nog eens. Drie keer in totaal… Om dan ’s avonds niet naar het toilet te durven omdat er van alles op de loer ligt in het donker en de lichtknop te ver weg is. Ik heb ook een tijdje bang geweest van de spiegel, dankzij de film “mirrors” en om eerlijk te zijn als ik er nu aan terugdenk ben ik nog steeds bang. Als M. een avondje de baan op moet voor zijn werk, begint de pret pas echt. Alles gaat goed… heel erg goed. Tot het begint te schermen. Dan slaat de twijfel in mij toe. Zou ik de gordijnen dichtdoen, dan moet ik tenslotte toch al niet meer naar de donkere straat turen. Die grote inktzwarte vlek achter het raam maakt me zenuwachtig. Maar als ik de gordijnen dichtdoe dan kan ik niets meer zien. En wat je niet ziet, is dat niet tien keer enger dan wat je wel ziet? Dan moet Fab. doggy natuurlijk plassen. Wat wil zeggen dat ik hem in de tuin moet uitlaten…Waar we dus geen licht hebben. Ik blijf in mijn badjas op de rand van de drempel staan, daar waar het licht van de achterkamer me nog juist omringd. Fab doggy verdwijnt in het zwarte gat. Ikzelf staar in de duisternis en probeer mezelf gerust te stellen dat er niets is om bang voor te zijn. Dit doe ik met de domste argumenten ooit. “Waarom zouden boosaardige entiteiten in godsnaam in de tuin blijven rondhangen? Ze kunnen toch zo binnen?” Needless to say.. dat stelt mij niet gerust. Dat maakt mij onzeker over het feit dat ik zo dadelijk terug naar binnen moet. “Fab doggy loopt vrolijk door de tuin, dat wil vast zeggen dat er niks aan de hand is.” Als hij dan eindelijk aanstalten maakt om terug naar binnen te komen, gooi ik de deur dicht en rennen we naar voren als twee gekken. De lieverd denkt natuurlijk dat vrouwtje met hem wil spelen. Tja, wie zou er ook denken dat ze vlucht voor.. tja voor wat eigenlijk? Maar dames en heren, verstand komt met de jaren. Volop bezig tickets te bestellen voor mijn volgende cinemauitje volgende week botste ik op een trailer die ik dolgraag wou zien. Paranormal activity heet de film en gaat over een koppel die een camera in hun huis plaatsen omdat er ’s nachts vreemde dingen gebeuren. Ik druk op play en zie en zie het jonge koppeltje met een camera aan de slag gaan. Daarna zie ik hun donkere slaapkamer waarin zij liggen te slapen. En dan druk ik op stop en sluit het scherm. “Niet doen, Alice. Het gaat je veel slapeloze nachten opleveren en je gemoedsrust totaal afbreken.” Slimme meid die ik ben en ik weet dat ik groot gelijk heb. Ik weet dat het een slimme zet was. Maar diep in mij kriebelt het toch om die trailer te zien…

Alice is kicked down

En dan zijn er momenten dat het echt niet gaat. Dat alle licht eventjes weg is en dat je enkel denk “Is dit het?” Zoals ik me nu voel dus… een beetje zoals het weer grijs, grauw en ijskoud. En dan vlucht je maar weg in boeken. Boeken waarin de held zijn heldin haar hand vastneemt en haar zachtjes lieve woorden toefluistert. Boeken waarin de held vecht voor het leven van zijn liefste en het zijne op het spel zet. Boeken waarin de held zijn rivaal niet verscheurt, maar edelmoedig is. Boeken waarin mannen nooit zijn zoals ze echt zijn. En dan mis je bijna de bushalte omdat je mee met haar aan het verdrinken bent in zijn ogen. Dan mis je bijna het inbagde uur omdat je mee met haar wacht tot hij haar raam binnenklimt. Dan tel je af naar het einde van je werkdag om op de bus mee met haar je adem in te houden als hij de kamer binnen wandelt. Dank u lieve auteur voor de prachtige droomwereld waarin ik weg kan!

Alice en de sint

De Sint komt bijna. Wij hebben dan nog wel geen kleine ukjes rondlopen die ongeduldig twee weken op voorhand al hun schoentje zetten en ’s morgens verrukt kijken naar dat ene chocolademannetje. Wij worden nog niet geacht actieplannen uit te denken om diezelfde ukjes bij bomma en bompa te droppen en dan samen in grote drommen met andere ouders strijd te voeren bij dreamland. Ik hoef nog niet grote collega’s vol speelgoed te ontcijferen om te ontdekken waar mijn kleintje blij mee zou zijn dit jaar. M. heeft nog niet de rol van paard op zich moeten nemen door wortels te eten en nog minder de rol van Sinterklaas door cognac te drinken. En om eerlijk te zijn we zijn ook onze sinterklaasliedjes nog niet opnieuw aan het instuderen. Maar soms hebben we het er wel eens over. In de trant van: “Amaai, speelgoed kost nogal geld.” –> Terwijl ik door de catalogus van Bart Smit blader. “Goed dat we daar niet moeten zijn.” –> Terwijl we voorbij de overvolle parking van dreamland rijden. “Gene cognac hé!” –> De echtgenoot wanneer ik zeg dat hij later de borreltjes moet opdrinken en ik de koekjes wel zal opeten. “Boven op de kast zeker?” –> Ikke wanneer de echtgenoot zich afvraagt waar ouders hun cadeautjes verstoppen. De sint komt dus bijna en wij hebben geen ukjes om voor te zorgen. Het is een beetje een feest dat aan ons passeert. Maar het brengt natuurlijk wel heel wat herinneringen met zich mee. Ik herinner mij lange wachtrijen in den Inno op de meir. Mama nam mij daar altijd mee naar toe en Sinterklaas die zat achteraan in een echt kasteel! Je moest het kasteel door om tot bij hem te geraken. Daarna mocht je even op zijn schoot en kreeg je van Zwarte Piet een handje vol snoepjes. De hele rij lang was ik erg enthousiast. Ik zou zeker op de Sint zijn schoot gaan zitten. “Neen hoor mama, ik ben helemaal niet bang!” Tot ik dan voor die grote imposante man sta en in tranen uitbarst. Van dichtbij zijn de witte handschoenen gevaarlijk en de lange baard een beetje creepy. Gillend lopen mama en ik (ik gillend, mama met schaamrood op haar wangen en mij troostend) het kasteel uit. Om te bekomen van de schrik krijg ik een ijsje en een cola bij lunch garden (toen nog restoGB.) Ik herinner mij nog dat ik ’s avonds altijd vast besloten was om wakker te blijven. Dit jaar zou ik Sint en Piet beneden betrappen! Met grote ogen staarde ik de donkere kamer in en zei ik tegen Pitoe mijn knuffelhond dat we alert moesten zijn. Om dan uren later wakker te worden door het eerste daglicht en te beseffen dat ik de Sint weer gemist had. Ik herinner mij ook nog het beste Sinterklaas cadeautje ooit! Ik zwaaide de deur van onze woonkamer open en naast het haardvuur stond mijn droombarbie huis. Speciaal uit het buitenland laten komen. Groter dan ik op dat ogenblik was! 3 verdiepingen en een grote speelzolder! Een terras en een grote tuin! Volledig in het roze! Diezelfde dag verhuisde Barbie en Ken met hun hele hebben en houden naar villa rose. Er was zelfs een manege voor mijn barbiepaard en een parkeerplaats voor de barbiecamper! Jaloers kwamen mijn vriendinnetjes spelen, hun barbiehuis had maar een verdieping. Razend populair was ik, want iedereen wilde wel eens in mijn barbiekasteel komen spelen. Ik heb het trouwens nog… Ik koester het in dozen voor mij dochter… ooit. Hoewel ze zal het waarschijnlijk vreselijk ouderwets vinden en het doneren aan het speelgoedmuseum. Het is nog niet voor morgen, maar ooit ga ik ervan genieten om stiekem Sinterklaas te spelen. En tegen dan praat ik het wel uit M.’s hoofd dat het eng is om op vreemde mannen hun schoot te zitten. Het is de Sint for crying out loud!

Alice blogt een jaartje

Exact een jaartje geleden ben ik begonnen met bloggen. Waarom nu weer juist weet ik niet meer. Ik geloof uit verveling en ik geloof ook omdat ik helemaal dol was op een bepaalde blog. Ik weet dat ik toen wel eens heb gedacht “Zou ik binnen een jaartje nog aan het bloggen zijn?” en “Zou ik wel boeiend genoeg zijn om te lezen?” Het antwoord is neen… ik ben lang niet interessant genoeg. Er gebeuren geen wereldschokkende dingen. Een realitysoap à la De Pfaffs zullen er van mijn leven niet gemaakt worden. Maar zelf lees ik ook geen wereldschokkende blogs. Ik hou ervan op maandag te lezen hoe jullie weekend is geweest. Ik hou ervan met een kopje koffie verslagjes te lezen over uitjes naar de boekenbeurs en te bedenken dat ik dit of dat boek ook wel eens zou willen lezen. Ik glimlach als ik lees dat er weer eens naar het Zwitserse restaurant gegaan wordt. En ik geniet van de vele reisverslagen die er regelmatig verschijnen. Een piepje nemen in het dagelijks leven van al die ijverige bloggetjes is altijd een beetje tot rust komen. Dus ik vermoed dat het bij jullie ongeveer hetzelfde is en dat jullie komen lezen hoe mij leventje rustig verder kabbelt. En daarom lieve lezers, een blogberichtje om jullie te bedanken! Voor het jaar trouw volgen, lezen en becommentariëren!

Alice en weer een liefdesbreuk

Weer een liefdesbreuk op het werk. Deze keer een collega met 8 jaar geschiedenis. We vallen in dezelfde leeftijdscategorie, namelijk 20 somethings. Het zet je een beetje aan het denken. Het was op zei ze. Wanneer ik dat ’s avonds aan M. vertel begrijpt hij dat niet. Hij snapt niet dat liefde gewoon op kan zijn. Ik wel… wanneer ik met haar praat herken ik een aantal dingen waar ik soms ook wel eens aan denk. Wanneer ik M. vraag of hij dan nooit dingen in vraag stelt zegt hij neen. “Het is makkelijk om u graag te zien, daar hoef ik me geen vragen over te stellen.” Mijn hart smelt een beetje. Later in bad, terwijl ik flair lees schieten er een hele hoop dingen door mijn hoofd. “Ik moet de hamburgers nog uit de diepvries doen voor morgen.” Ondertussen blader ik naar de pagina over wat mannen van seks denken. “Ik moet zodadelijk de was in de droogkast steken.” Ik herlees de passage over wat mannen van seks denken, want mijn gedachten verstoorde de eerste leesbeurt. “Ik mag niet vergeten om keukenrol op ons boodschappenlijst te zetten.” Ik kijk onbegrijpend naar de flair cartoon en begin dan toch maar te lachen in mijn eentje in bad. “Ik moet naar de kapper bellen.” Ik zak een beetje dieper in het schuim en maak de hoeken van mijn flair kleddernat. “Ik moet M. er aan herinneren morgen de menu voor de feestdagen bij de slager op te pikken.” Schuim komt nu tot aan mijn neus. “Ik moet dringend die enquête van de post invullen… volgens mij ben ik al te laat.” Vanuit mijn ooghoek spot ik een zwarte sok. “Morgen moet ik toch echt wel de bank bellen in verband met die internationale overschrijving…. en mailen naar de internationale schuldeiser.” Ik zie nergens de tweede zwarte sok. “Ik moet opzoek naar die andere zwarte sok.” Ik zink helemaal onder het schuim, laat de flair naast me op de grond vallen en zak tot op de bodem. Een hele waslijst van dingen waar ik voor moet zorgen, me druk in moet maken, moet regelen en moet ik orde krijgen. Een hele waslijst van dingen waar ik iets meer dan drie jaar geleden eigenlijk helemaal niet aandacht. Iets meer dan drie jaar geleden diende ik me enkel zorgen te maken in op tijd op het werk te geraken en of ik mijn telefoonrekening wel kon betalen. Het enige wat ik dan deed was aftellen tot ik M. weer zag, spetterende seks hebben wanneer M. er dan eindelijk was, wanner de goesting bevredigd was leuke dingen doen met M., dan terug spetterende seks hebben, afscheid nemen en terug beginnen met aftellen. Kort samengevat moest ik dus enkel en alleen rekening houden met er voor M. zijn en gaan werken dus :-). Nu komt daar een hele hoop dingen bij kijken. Werk nog steeds, rekeningen, afspraken, leningen, verzekeringen, een heel huishouden, wassen, strijken, etc. Sneller moe, minder quality time en ja dus sneller elkaar een beetje uit het oog verliezen. Ik knik dus begrijpend als de collega aanhaalt dat ze het soms een beetje eentonig vond worden. Een andere collega merkt op dat “passioneel verliefd” niet meer tot het pakket behoort. Het water is heerlijk warm en op mijn hoofd draag ik een hoedje van schuim. “Schat, kom je bijna uit bad?” Lange stilte. “Ik mis u, zenne!” Glimlachend stap ik uit bad en doe ik het hoedje van schuim kapot met een roze handdoek. Passioneel verliefd… neen, inderdaad niet meer elke dag. Soms en dat is voldoende. Maar liefdevol bij elkaar zijn… ja dat is er elke dag. En dat is meer dan voldoende. Als ik de woonkamer binnenloop heeft M. wat kaarsjes aangestoken en staat er een kopje thee klaar. Ik kruip samen met hem en fab doggy onder het dekentje in de zetel. En ja… het is makkelijk om hem graag te zien.

Alice ziet een beetje groen

Soms leeft er een lelijk groen beestje in mij. Zoals vandaag toen ik een toch wel erg vriendelijke mailtje van een collega van M zag voorbij komen in zijn mailbox. Dan wordt ik dus een beetje misselijk, slaat mijn hartje een paar tellen over en wordt ik een beetje witjes. En dan gaat het in mijn hoofd: “He wat heeft mijne man met u wasmachien te maken, trut?” “Waarom zou jij vandaag langst de winkel van M. moeten gaan?” “En waarom stuur jij op uwe vrije dag mails naar mijne man. MIJNE MAN HE?” Onredelijk je sais… maar toch… En oneerlijk ook… want ik weet dat M. van mij veel meer moet moet verdragen. En toch kan ik het niet laten om te mailen: “Wa moet die van u?” (Trut laat ik achterwege in mijn mailtje naar M. Het is zo al erg genoeg.) Dus bij deze dames en heren.. Ik schaam mij. PS: Naast het schamen ben ik ook blij als een kind, want El google zet sesamstraat deze week in de kijker. Elke dag vliegen er mailtjes over en weer à la “Koekjesmonster”… Oooohhh Innieminnie! PPS: En dat prachtige groene monster bovenaan kan je bestellen op Fluffels and they rock bad!!!

Alice en de rode bonencrisis

Ik denk dat ik iets gemist heb! Om de een of andere onverklaarbare reden is er rode bonencrisis. Excuseert hoor ik u zeggen? I am talking about Kidney beans! Ik begrijp dat dit mijn eerder gestelde bonencrisis niet echt verklaard. Want wat wil ik in godsnaam bereiken met bonen die genoemd zijn naar ingewanden? En let’s be quit honest… er ook nog eens uitzien als een versie van niertjes nadat ze getransformeerd zijn door die kerel uit “Honey, I shrunk the kids”? Heb ik mij vergist van datum en wil ik met deze wansmakelijke boon nog een laat Halloweenfeestje oppimpen à la een blikdoek rond je ogen en proef eens lief kindje. *Evil laugh wanneer kindje grote hap neemt. *Whoehahahaha, u at zonet NIERBONEN!” Of ben ik een beetje geconstipeerd en blijkt dat die blonde schelle vrouw van de activia reclame een liegende en bedriegende griet is en mijn darmflora niet gered wordt door de active bifidus? Is mijn laatst toevluchtsoord tonnen bonen geworden? Niks van dit alles, ladies and gentlemans. Ik ga chili con carne maken voor echtgenootlief. Again ik ga chili con carne maken VOOR DE ECHTGENOOT. Niet voor mij, want chili con carne staat in mijn lijst van “tien dingen die ik enkel onder dwang van een geladen pistool zal eten, terwijl ze met een lucifer dreigen mijn fab doggy in brand te steken.” Not my cup of tea dus. En dat is de reden waarom er mij vanavond een heerlijke spaghetti bolognaisse wacht met kilo’s en kilo’s kaas. Maar daar ging het dus helemaal niet over. Back to kidneybeans, Ya All! Zaterdag begon ik aan mijn zoektocht naar rode bonen om de chili con carne te kunnen bereiden. Want elke keukenprinses weet. Chili wordt beter met de dagen. (Alvorens de voedselinspectie op mijn dak te krijgen, er is een limiet op deze dagen! Wanneer u de chili ziet voorbijrennen uit de keuken richting straatkant en u zit net in de zetel, kan u concluderen dat de chili te lang heeft getrokken. Indien u opmerkt dat er zich een prachtige fauna en flora heeft ontwikkeld waar het zonieenwoud jaloers op neerkijkt, ook dan hebt u de chili te lang laten trekken.) Nooit had ik durven vermoeden dat ik een retourtje mexico zou moeten boeken om aan bonen te geraken. (Tussendoor een klein culinair feit chili con carne komt oorspronkelijk uit Texas en niet out Mexico!) Zaterdag in delhaize miste mijn hart een slag, want in plaats van rijen en rijen bonen (noone ever buys beans!) zag ik een knalgeel plakkaatje met vuurrode letters “SOLD OUT”. Excuseert? Sold out, why, when, where????? *Valt dramatisch op haar knieën, strekt haar armen uit en richt hoofd naar de hemel. Gilt luid “Why?”* Om maar te zeggen dat ik gevoel voor drama heb. Dan maar plan B.. GB maandagnamiddag. Een leeg rek waar meestal de rode bonen staan. Alice spreekt winkeljuffrouw vriendelijk aan: “Excuseer mevrouw, zijn er toevallig nog rode bonen?” Winkeljuffrouw staart me aan. “Watte?” (Zijnde: Wat bedoelt u?) “Rode bonen, Kidneybonen.” Winkeljuffrouw lijkt nu een beetje op een koe in de wei. “Kiwibonen?” “Neen, kidneybonen. Van die grote rode bonen.” “Ston der int rek?” (zijnde: staan er in het rek?) Alice schudt haar hoofd. “Dan zen zer ni.” (zijnde: dan zijn ze er eventjes niet.) Eureka gaat het in mijn hoofd, maar toch blijf ik volhouden. “Weet u misschien wanneer ze terug binnenkomen?” Staar, staar, staar. “As ze der terug zen.” (Zijnde: als ze er terug zijn.) Verbaast over zo een antwoord kan ik het niet nalaten om te vragen “Hoe bedoelt u?” “Awel ast booneseizoen terug begint zulle die da wel terug in pottekes hemme zekerst?” (Zijnde: Als het bonenseizoen terug begint zullen die wel terug binnenkomen, zeker?”) Ik verlaat de GB dus zonder bonen, maar met het voornemen nooit meer terug te komen. U herinnert zich misschien het volgende voorval nog wel? Dus GB NO WAY! Maar geen nood, ik maak gewoon de ganse chili con carne vandaag en gooi ik er gewoon morgen de bonen bij. Problem solved. Ik krijg net telefoon… ook in de GB over’t water geen rode bonen. Nu wordt het dus een chili con carne sin bonen. En u, behoort u tot de kennelijk honderden liefhebbers van rode bonen die de winkel bestormd hebben deze week