Archief | september 2010

Hersenspinsel

Advertenties

Alice en het reisverslag deel 4

Donderdag:

M. was jarig! Dus maakte ik hem wakker met drie dikke zoenen en een welgemeende “gelukkige verjaardag”. Na lang wikken en wegen besloten we vandaag een bezoekje te brengen aan Fontaine de Vaucluse. Afgeraden door verschillende gidsen en kennissen wegens “te toeristisch” en “niets te zien” besloten we ons er toch aan te wagen. We kwamen rond een uur of negen aan in een bijna verlaten dorp waar de winkeltjes nog maar net hun stalletjes begonnen uit te stallen. Bij de parking stond aangegeven dat we 3 euro moesten betalen, maar we zagen nergens een betaalautomaat of een parkeerwachter. Naast de rivier de Sorgue loopt een aangenaam, schaduwrijk wandelpad tot aan de zogenaamde “Fontaine”. Vermits we zo vroeg waren was het er heerlijk rustig en kon fab doggy zich heerlijk uitleven in de rivier. M. maakte zich wel wat zorgen over de natte hond die in zijn auto zou moeten, maar toen we hem heerlijk in de rivier zagen rollen besloten we er samen met hem van te genieten en hem gewoon te laten doen. Na een korte klim kwamen aan het einde van de wandelweg. Van daaruit zie je enkel een grot, maar niet de eigenlijke bron. Angsthaasje dat ik ben besloot ik niet over de reling te klimmen en dan maar gewoon een foto te nemen van de ingang van de grot. Rondom ons klommen alle andere toeristen natuurlijk wel over de omheining om een kijkje te nemen aan de bron. Op de wandeling terug merkte we dat het behoorlijke drukker werd en lieten we fab doggy nog eens lekker ravotten in het water. De zon scheen ondertussen zo hard dat hij helemaal droog was eens we terug aan de auto waren. Daar bleek trouwens dat we behoorlijk wat geluk hadden gehad want nu was de parkingwachter wel aanwezig en moest iedereen betalen om de parking op te mogen. Kennelijk moet je pas vanaf 9 uur betalen. Wij hadden dus even fijn gratis geparkeerd, want wees eerlijk 3 euro is behoorlijk veel geld om ergens te staan toch? Een kort bezoekje aan de supermarkt leverde ons een lekkere lunch op van baguette, brie, tomaten en een lekker flesje rose. In de namiddag besloot M. terug te rijden naar de cave die we de dag daarvoor bezochten opzoek naar de rose wijn die we in de taverne dronken. Ikzelf had echter meer zin om aan het zwembad te rusten met de hondjes. Bij terugkomst was de echtgenoot lief gewapend met flessen witte wijn en de felbegeerde rosé! Ik had ondertussen bij wijze van aperitiefhapje de courgettebloemetjes gevuld met geitenkaas en kruid en deze gegratineerd in de oven.

Vrijdag:
Onze laatste dag in de vaucluse en ik wilde erg graag nog eens naar l’isle sur la sorgue. Dus daar hielden we als eerste halt. Gezellig langst het water kuieren en een kopje warme chocolademelk drinken op het dorpsplein. Het doel van vandaag was een kramieken krekel te vinden voor aan ons tuinhuisje te hangen. Jammer genoeg was deze niet te vinden hier, maar ik kocht wel enkele kookboeken met typische Provençaalse recepten. Vermits we nu al bijna een week op amper 3 kilometer van Gordes verbleven werd het toch wel hoog tijd om ook een bezoekje te brengen aan ons “thuisdorpje”. Gordes is echter razend toeristisch en dat merk je ook aan alles. In een souvenirwinkeltje vond ik mijn felbegeerde krekel, jammer genoeg 4 euro duurder dan elders, maar vermits het de laatste dag was kocht ik hem toch maar. In de kleine dorpskruidenier kocht ik echter erg goedkoop, heerlijk ruikende herbes de provence gemaakt op een boerderij uit de omgeving. Rond het middaguur gingen we opzoek naar een restaurant dat we niet onmiddellijk als “toeristenval” konden bestempelen. Op goed geluk gingen we uiteindelijk een italiaanse restaurant een stukje buiten Gordes binnen dat helemaal achterin een steegje verscholen lag. Een erg goede keus bleek later! Het restaurant was compleet verlaten, dus konden we kiezen waar we gingen zitten. De ober bracht onmiddellijk water voor fab doggy die een tukje deed op de koele stenen. De kaart was niet heel uitgebreid, maar later zou blijken dat alles krakend vers was en uitermate smakkelijk. M. starte de maaltijd met een carpaccio met basilucumdressing en een salade van rucola met zongedroogde tomaatjes en ik nam antipasti van de chef. Het bord dat ik kreeg voorgeschoteld was enorm. (Gegrilde groenten, bruscetta met olijventapenade, bruscetta met versgemaakte mascarpone, mozzarella met pesto en gegrilde tomaatjes, inktvis in een licht pikante tomatensaus, een salade met een frisse citroendressing en enkele schijfjes ham en salami.). Daarna volgde onze hoofdschotels. Ik genoot van een baskische kip met rijst en M. at een van de beste risotto’s die ik ooit geproefd heb. De textuur was echt helemaal correct, heerlijk zacht, romig met een zachte parmezaan smaak. Ik was erg jaloers op zijn bord, maar gelukkig liet de lieverd me een aantal keer proeven. De gezelligheid werd echter verstoord door 15 Amerikanen die zeer luidruchtig het restaurant binnenvielen en vlak bij ons kwamen zitten. De decibels gingen de hoogte in en zelf de restauranteigenaar zuchtte diep en mompelde tegen ons in het Frans. De Amerikanen sloegen echter helemaal in paniek toen bleek dat de ober enkel Frans sprak. M. en ik hadden echter de tijd van ons leven om hen de Franse gerechten te horen uitspreken op zijn Amerikaans. Omdat het eten zo goed was meegevallen wouden we ook nog graag een dessertje bestellen. Dit moesten we echter luid tegen de ober roepen om boven de groep uit te komen. We kregen echter waar we om gevraagd hadden. M. een hemels luchtige tiramisu en ik vers gedraaid ijs. Daarna betaalde we de rekening en vluchtte weg uit het nu wel erg lawaaierige restaurant. Op de weg naar buiten botste we op andere klanten die onmiddellijk omdraaide bij het horen van zoveel geroep. En voor jullie denken dat ik iets tegen Amerikanen heb… helemaal niet. Ik heb zelf Amerikaanse familie en de USA is nog steeds mijn favoriete vakantiebestemming. Daarna keerde we terug naar het villa’tje om aan de eindschoonmaak te beginnen en nog te genieten van de laatste zonnenstralen van die dag.

Zaterdag:

Om half zes ging de wekker en werd het hoog tijd om de laatste spulletjes in de auto te laden. Op weg daarheen kwam ik in de woonkamer weer een schorpioentje tegen dat kennelijk opzoek was naar een koel plekje om zijn dag door te brengen. Op de terugreis hadden M. en ik echter last van een serieuse eetkick. Met ons tweetjes aten we: – 2 croissants – 3 zakken chips (kaaschips, chorizochips en dorito’s) – 12 mentosjes – 5 kauwgommen – 4 broodjes – 3 napoleonsnoepjes Eens terug thuis besefte we maar al te goed dat we van hoogzomer in herfst terecht waren gekomen. Langst de andere kant waren we allebei wel blij om in ons eigen bedje in slaap te vallen. Er gaat echt niets boven je eigen matras.

Alice en het reisverslag deel 3

Dinsdag:

Dinsdag mag fab doggy een dagje rusten aan het zwembad met zijn favoriete babysits en zijn beste vriendje fab doggy 2. Dat geeft M. en mij de kans om eens een museumpje mee te pikken. We besloten er een dagje Saint Remy De Provence van te maken. Een klein uurtje rijden tussen de boomgaarden en de bergen met de ramen open en lekker met ons tweetjes luid meezingen. Aangekomen in Saint Remy besloten we eerst het stadje zelf te bezoeken. Wat achteraf financieel een slecht idee was, want Saint Remy blijkt een gigantisch aanbod te hebben voor een hobbykok als ik. We verlieten de stad uiteindelijk gewapend met 2 flessen artisanaal gestookte pastis, een fles lavendellikeur, tomatentapenade, olijventapenade, drie soorten grof zeezout met verschillende smaakpalleten, frambozendressing, auberginekaviaar, drie zakjes kruiden en zongedroogde tomaatjes. We brachten een bezoekje aan de monumentale kerk van Saint Remy, waar ik een kaarsje liet branden, daarna gingen we opzoek naar de fontein van Nostradamus. Na ongeveer drie kwartier zoeken bleek dat we de fontein al ontelbare keren waren gepasseerd en dat hij eigenlijk niks voorstelde. Rond de middag stapte we dan terug de auto in voor de korte rit naar Glanum. Glanum was een Romeinse stad die behoort tot een van de belangrijkste opgravingen in Frankrijk. Om onze maagjes eerst te stillen besloten we een bezoekje te brengen aan La taverna Romana. Een restaurant waar ze recepten en methodes hanteerde uit de oude Romeinse en Griekse keuken. Heel nieuwsgierig en een beetje bang schoven we aan een tafeltje aan. Mij kon het eten nog maar weinig schelen, want hoe vaak in je leven kan je lunchen met zicht op een oude tempel en met aan je voeten oude Romeinse huizen? Het zicht was echt fenomenaal! Ik werd pas helemaal enthousiast toen ze onze wijn serveerde in amphora’s. Het eten zelf was heel erg lekker, helemaal anders dan onze dagelijkse keuken, maar zeker een aanrader. Ik kocht zelf een kookboekje met daarin Romeinse recepten om dit thuis ook eens uit te proberen. Daarna werd het tijd om de opgravingen van naderbij te gaan bekijken. M. ontpopte zich tot een ware gids en gaf me bij elk stukje stad de uitleg van het hoe en wat. De info uit zijn infobrochure vulde hij aan met zijn eigen kennis en ik genoot van zijn “gidsbeurt”. M. besloot dat hij graag de berg wou beklimmen voor een panoramisch zicht op de vallei, door mijn volle maagje en de drukkende warmte bleef ik echter liever beneden. M. ging de uitdaging van de berg aan en ik vond mijzelf een plekje in de ruines van de oude tempel waar ik heerlijk kon zitten en “mediteren”. Nadat M. bezweet, maar met prachtige foto’s terug beneden was verlieten we de opgraving en trokken we door een braakliggend veld naar Saint Paul De Mausole. In deze inrichting voor geestenzieken verbleef Van Gogh een jaartje en hij schilderde er heel wat van zijn belangrijkste werken. M. en ik vonden een bezoekje echter een beetje teleurstellend. Hoewel het huis prachtig gelegen is en een oase van rust is met een prachtige bloementuin valt er van Van Gogh bitter weinig te bespeuren. Enkele posters van zijn bekendste werken fleuren de muren op. Wel heel interessant vond ik de pamfletten die het levensverhaal van Van Gogh vertelde. Met dit bezoekje sloten we ons dagje af en zetten we terug koers naar ons villa’tje voor een frisse duik in het zwembad.

Woensdag:

Woensdag beloofde een warme dag te worden. Voor vanmiddag hadden we geboekt in een kleine taverne diep in de bergen dat werd aangeraden door onze trotter voor zijn ongelooflijke lekkere Provençaalse keuken. We waren er een paar dagen eerder reeds geweest, maar toen was alles volzet. Onze eerste stop op weg naar de bergen was echter in de cave coöperatieve van Bonnieux, alwaar we aan het proeven sloegen en buitenkwam met een krat wijn en een fles pêche siroop om bij witte wijn te voegen. Naast de cave vond de wekelijkse boerenmarkt plaats waar ik dolenthousiast over wandelde. Het zien van zoveel verschillende groenten, fruit en kazen brachten me bijna boven mijn kookpunt. Ik geraakte helemaal in extase toen ik heerlijke courgettebloemen zag staan. In België zoek ik al twee jaar lang naar courgettebloemen die de naam waardig zijn, maar zonder veel succes. Ik kocht dus gauw een boeketje van 10 bloemetjes om de dag daarna op te vullen. Verder kocht ik ook nog een kilo tomaten met de raarste kleurtjes, minicourgettes, vers gemaakte jam en vers gemaakte tomatencoulis. Daarna gingen we verder naar parc Naturel Regional Luberon in de buurt van het kasteel van Buoux. Deze regio is echt een paradijs voor rotsklimmers en wandelaars. De zichten zijn echt spectaculair, maar het weggetje naar de taverne is zeker even spectaculair. Halverwege houdt de asfalt op en moet je verder op kiezelsteentjes, terwijl het meters diepe ravijn zich naast je uitstrekt. Met een klein hartje bereikte we uiteindelijk de taverne. Jammer genoeg bleek de Provençaalse keuken enkel ’s avonds beschikbaar en konden we nu enkel kiezen voor bord met Provençaalse salades. Hoewel de maaltijd heel erg licht verteerbaar was, smaakte ze wel overheerlijk. Het allerlekkerste was echter de wijn die we bij ons eten dronken. Een frisse, fruitige rosé met een prachtige kleur en kennelijk uit de cave waar we eerder die dag onze andere wijn kochten. Door de lichte en gezonde maaltijd ’s middags was er ’s avonds nog wel plaats voor iets extra’s dus maakte ik een lekkere tarte tatin van appeltjes die ik serveerde met een bolletje ijs.

Alice en het reisverslag part 2

Zondag:

Zondagmorgen heb ik mijn eerste ontmoeting met de schorpioentjes die hier overal leven. Eentje is er ’s nachts in de filter van het zwembad terecht gekomen en die moet ik toch wel aan een nader onderzoek onderwerpen. Na het ontbijt zetten we koers naar Lourmarin, een volgens onze reisgids van de mooiste dorpen in de luberon en dat kan ik enkel bevestigen. Er zijn dan misschien geen grote bezienswaardigheden, maar de smalle kronkelende straatjes, de gezellige cafeetjes en het kasteel dat overal bovenuit torent zorgen ervoor dat het heerlijk wandelen is in het dorpje. Fab doggy vind vooral de vele fonteintjes leuk en drinkt zich een ongeluk op het kerkplein. Heerlijk verfrist doet hij dan ook een dutje als wij ons aperitiefje drinken op het dorpsplein en samen lachen om toeristen die echt toerist schreeuwen. (Als in Britten die vluchten voor de zon en tegen een paaltje lopen omdat ze te erg in hun reisgids kijken. Als in Amerikanen die voor elke vuilbak blijven staan en “How wonderful” roepen. Als in Japanners met grote lenzen en 5 fototoestellen om hun nek. En als in Zwitsers die een volledig muskietennet rond zich hadden als kledij.) M. duikt daarna zijn eerste cave binnen en komt niet veel later buiten met zijn eerste krat wijn. Fab Doggy en ik genieten ondertussen van de rust en de zon op het pleintje. Daarna trekken we naar La Coste voor het middagmaal. Twee jaar geleden aten we hier ongelooflijk lekker en goedkoop (zoals bijna overal in het zuiden van frankrijk.) La Coste zelf is een klein dorpje dat vooral bekend is geworden door het verblijf van de Markies de Sade. Zijn kasteel torent dan ook boven het dorp uit. Het restaurantje blijkt nog steeds open te zijn en we nestelen ons op het terras dat een prachtig uitzicht biedt op het dal. Voor 12 euro eten we een bord met typische charcuterie uit de Provence, een tagliatelle met zeevruchten en besloten we de maaltijd met een heerlijke frambozentaart, erbij een lekker wijntje en onze dag kon niet meer stuk.

Maandag:

Maandag stond ons een lange autorit te wachtte naar Manosque. Manosque is een heel gezellig stadje met redelijk veel winkels, maar dan echte winkels, geen souvenirwinkels. Manosque is geen toeristische stad, want toeristen komen hier niet in grote massa’s. Jammer eigenlijk want ik vind de middeleeuwse binnenstad erg leuk en het is fijn wandelen in de schaduwrijke steegjes. Wat ons dan toch de lange autorit naar Manosque deed ondernemen? Twee zaken, enerzijds een molen die olijfolie produceert van ongelooflijk goede kwaliteit. Een tweetal jaar geleden bracht mama voor mij een fles mee en ik heb eigenlijk nog geen betere olijfolie gevonden sindsdien. Na een bezoek aan het stadje trekken we dus richting molen, alwaar ik een serieuze voorraad olijfolie insla. En dan op naar reden twee voor ons bezoek, namelijk de fabriek van L’occitane en provence. In België koop ik heel veel van hun producten, maar kennelijk waren deze in de fabriekwinkel een stuk goedkoper. Gewapend met een zak vol parfum handcrème en voetcreme stapte ik erg blij weer de auto in. Onze volgende stop was het kleine stadje Banon, heel erg bekend voor zijn typische geitenkaas. Het dorpje stelde niet veel voor, maar we kwamen dan ook niet voor sightseeing. In een lokale boucherie aangeraden door onze trouwe trotter bestelde we enkele banonkaasjes en twee droge salami’s met Provençaalse kruiden, gewapend met een Frans brood hadden we voor ’s avonds een voortreffelijke maaltijd.

Alice en het reisverslag part 1

Vermits ons idyllische huisje in La douce france redelijk afgesloten was van de beschaving (geen Internet, geen telefoon, geen ontvangst op de gsm) wordt dit dus een langgerekt reisverslag.

Vrijdag:
In het midden van de nacht (nu ja, om half vier) klinkt de wekker veel te luid in ons verder doodstille appartement. Tijd om onze lange rit naar het zuiden van Frankrijk aan te vatten. M. en ik zijn onmiddellijk wakker en vol energie (Wat is dat toch met vakantie dat je zoveel extra energie geeft?), maar Fab Doggy is erg onder de indruk van het ontiegelijke vroege uur en laat zich naar de auto slepen alwaar hij in slaap valt tot in het zuiden van Frankrijk. De rit verloopt vlot. Ik kijk als een klein kind uit naar de legers van Napoleon en de kabouters die staan opgesteld langst de autosnelweg. Jeugdsentiment avant la lettre. M. wordt een beetje zenuwachtige van mij als ik aan elke grote stad meedeel dat we ik iets ben vergeten. Metz: Ik ben mijn badpak thuis vergeten. Nancy: Ik ben mijn zonnebril thuis vergeten. Dijon: Fuck, liefje… ik ben Fab doggy zijn internationale paspoort vergeten. Lyon: De gezelschapspelletjes liggen nog op tafel. Orange: Ik ben het geld voor onze poetsvrouw vergeten klaar te leggen. Eens af de autosnelweg slingeren we ons 35 kilometer lang in allerlei haarspelt bochten om tenslotte aan te komen in ons vakantievillaatje. De aperitief (een lekkere ijskoude pastis) staat al klaar en het kristalblauwe water nodigt uit om onmiddellijk een duik te nemen. De eerste avond brengen we door op het terras met veel pastis, veel wijn en zwaar vermoeide hoofden.

Zaterdag:
Zaterdagmorgen worden we begroet door een stralende zon en willen we onmiddellijk naar buiten. Van het herfstige Vlaanderen merk ik niks meer als ik met een krokante croissant en een kop thee in de zon zit te genieten. Daarna de auto in richting L’isle sur la sorgue, ook wel gekend als het kleine Venetië van de Provence. Op zaterdag is het er kunstmarkt en de pleinen gonzen van de bedrijvigheid. We slenteren heerlijk langst het water en drinken een pastis op een terras van een typisch Provençaals cafeetje. We nemen een kijkje in de indrukwekkende kerk en ik maak gretig van de kans gebruik om hier en daar in enkele winkeltjes binnen te springen. Tegen de middag brengen we een bezoekje aan de grote supermarkt en slaan we proviand in voor de komende dagen. De namiddag brengen we door aan het zwembad met een goed boek en ’s avonds genieten we van de krekels in het terras.

Alice en het perfecte weekend

Het was een weekend om in te kaderen en aan de muur te hangen.
Een weekend dat me opladen om de laatste drie dagen op het werk te kunnen tackelen.
Een weekend waar we al maanden van droomde maar door allerlei omstandigheden nooit aan toekwamen. (M. werkloos, M. werken, etc)
Zaterdagmorgen trokken we de stad in, vooraleer ons naar de winkelstraten te begeven, gingen we een tasje koffie drinken.
Toen we voorbij Horta wandelen stelde M. voor om ineens een snel ontbijtje mee te pikken.
Een snel ontbijtje eindigde uiteindelijk in een uitgebreid champagne ontbijt.
Daarna toch nog richting de winkelstraten. Waar onze shoppingspree een geweldige start nam met M. die aankondigde dat ik in mijn lievelingslederzaak eender welke handtas mocht uitkiezen. Ik denk dat hij een beetje spijt kreeg van zijn enthousiasme toen ik bijna 20 minuten lang van de ene handtas naar de andere huppelde en terug naar de eerste. Uiteindelijk hakte hij mee met mij de knoop door en konden we ons naar de kassa begeven.
Hup naar de schoenwinkel alwaar ik twee paar schoenen kocht en hij een paar. Ja ik weet het… twee paar in een keer. Maar ik kon echt niet kiezen tussen de hippe stoere afgebleekte botjes en de elegante ballerina’s met een klein hakje.
Algauw werd het voor ons te druk op de Meir en besloten we naar de binnenstad af te zakken om onze lokale economie te steunen met een lekker bolleke.
We eindigde uiteindelijk op het terras van een bruine kroeg waar we al komen sinds we pas een koppel waren en ik zelf nog langer.
Het was echt heerlijk in de zon met de gonzende stad rondom ons. Echt genieten.
We sloten onze dag af met een heerlijke Spaanse maaltijd bij ons thuis. Lekker scampi’s en een verse paëlla met een lekkere fles wijn.

Zondagmorgen scheen de zon al erg vroeg en bleven we wat langer in ons bedje liggen.
Tegen 8 uur glipte ik er echter uit om M. te verrassen met verse pistoletjes en gebakken spek.
Daarna trokken we met fab doggy naar het bos om te gaan wandelen en de eerste sporen van de herfst te vinden.
Fab doggy genoot van het rennen door de eerste bladeren en M. probeerde me wat bij te brengen over verschillende bomen.
De namiddag brachten we thuis door, heerlijk lui in onze zetel.
Rond een uur of half vijf ging de bel. Fab doggy was helemaal enthousiast want zijn favoriete babysit, mijn schoonbroer kwam eraan.
Jammer genoeg werd schoonbroer ook vergezelt door schoonpa en iets minder erg schoonma.
M.’s gezicht sprak boekdelen toen hij binnenkwam. Even was ik bang dat de aanwezigheid van zijn vader onze verdere avond zou belemmeren, maar gelukkige zetten manlief zich er snel over. Doordat ik zo onverwacht met hen geconfronteerd werd had ik de energie en de zin niet om veel te zeggen of gemaakte small talk te verkopen… dus ja ik zal best stil en onvriendelijk overgekomen zijn.
Eens zij de deur uitwaren werd het tijd om ons om te kleden want de taxi kon elk ogenblik aankomen. Dit bleek uiteindelijk tegen te vallen want de taxi liet meer dan 10 minuten op zich wachtte.
Ietsje te laat kwamen aan in het restaurant alwaar we ons overheerlijke diner inzetten met een lekkere huisaperitief en een kleine amuse.
Na lang twijfelen, want alles klonk overheerlijk besloten we het volgende te bestellen:
Gebakken ganzenlever met gekarameliseerd appeltjes voor hem en carpaccio van ossenhaas met een lichte basilicumdressing voor mij.
Gelakte varkenswangetjes met quenelles van wortelpuree voor hem en lamsfilet met honing tijmsaus en aardappelgratin voor mij.
Bananenijs met bacardi rum voor hem en een dessertpalletje voor mij.
De avond sloten we af met een Italiaanse en een Antwerpse koffie.
Het etentje vloog voorbij en we babbelde uren aan een stuk, over belangrijke en niet belangrijke dingen. We spraken onze meningen uit over het “kinderen onderwerp” dat al een tijdje tussen ons hing en ik vertelde hem eindelijk hoe ik me echt voelde over Nils en over A’dam.
In de taxi terug naar huis genoot ik nog heerlijk na.
Terug thuis namen we nog een pousse café samen met schoonbroer in de tuin en vroegen we hem de pieren uit zijn neus over vriendinnetjes, zijn kot in Leuven en zijn toekomstplannen. We (met name ik) zijn nogal nieuwsgierig aangelegd.
Daarna richting bed om nog een aflevering van True Blood te zien, maar een beetje te veel alcohol deed ons snel indommelen.

Nu nog drie daagjes werken en dan vertrekken we op vakantie. Dit weekendje was perfect om het vakantiegevoel alvast voort te brengen.

Alice en het ouderdomsverschijnsel

De afgelopen weken doet er zich en vreemd fenomeen bij mij.

Het begon bij het zien van Shutter Island een kleine twee weken geleden.
Een schitterende film, daar niet van. Echt een aanrader. Ik zou hem zo terug zien.
Maar daar merkte ik het voor het eerst op.
Leonarde Dicaprio in de rol van vader van drie kinderen.
Niet meer de ranke slanke jonge kerel die tegen de ijskoude golven van de oceaan vocht terwijl op de achtergrond de titanic voor eeuwig naar de bodem zonk.

Nog geen kleine week later keek ik naar de nederlandse film terug naar de kust.
Waar Daan Schuurmans ook al een iets oudere man speelde.
Daan Schuurmans for crying out loud.
De kerel die mij bij het zien van westenwind helemaal in vervoering kon brengen.
Diezelfde Nederlandse God die ik 27 maal bewonderde in Costa en haast aan mij tv kleefde als de zee scenes volgde.

Gisteren was het weer van dat, toen ik de nieuwe clip van Robbie Williams bekeek.
Robbie Williams helemaal niet mijn type man. Maar zijn nummers hebben me altijd kunnen beroeren.
Zijn stem was genoeg om me te doen wegdromen.
En laat ons eerlijk zijn, lelijk gebouwd was de man in kwestie ook niet.
En nu… ik keek naar het clipje en zag een man met rimpels en volgens mij een haarlijn die begon uit te wijken.

Waar zijn mijn jonge goden naar toe?
Twee van deze drie heren hingen tegen mijn tienerkamermuren.
Twee van deze drie heren verschenen in mijn dromen ’s nachts.
Waar is de tijd zo snel naar toe?
En vooral… hoe ben ik opeens zo oud geworden?